20 februari 2016

Februarizon

Graag wil ik dit stukje beginnen met een gedeelte van een gedicht  van  Paul Rodenko:
"De populieren werpen met een schoolse nijging
elkaar een bal vol vogelstemmen toe
en heel hoog schildert een onzichtbaar vliegtuig
helblauwe bloemen op helblauwe zijde.
De zon speelt aan mijn voeten als een ernstig kind.
Ik draag het donzen masker van
de eerste lentewind. "
Februarizon heet dit gedicht. Als ik dit stukje schrijf is het nog januari maar de eerste lentewind heb ik toch al deze week gevoeld. Het was van dat weer waarbij je je jas openritst en je handschoenen in je zak houdt, van dat echt lekkere fietsweer. Zo'n dag dat je opeens heel erg zin in wijn op een terrasje krijgt, en in vakantie. Je kijkt op zo'n dag tevreden naar de wapperende was aan de lijn, naar de sneeuwklokjes en narcissen en naar de vogels rond de vetbolletjes.

Veel mussen, af en toe een groepje staartmezen, spreeuwen, kool- en pimpelmezen. En natuurlijk wat halsbandparkieten. Gelukkig niet zo veel als elders in de stad maar toch genoeg om behoorlijk wat herrie te maken.
Er zat er een boven op het houdertje met de vetbolletjes. Eerst werd met een scheef koppie alles bestudeerd. Toen klom hij voorzichtig naar beneden, op z'n kop. Hij pikte in de onderste vetbol, tilde z'n kop op en spuugde uit wat hij net gescoord had. En dat niet een keer maar steeds. Hij vond onze vetbollen niet lekker. Ik denk dat we ons zo met dit soort dingen vermaken omdat het die vogels iets menselijks geeft. Wij herkennen dat  iets heel vies is en dat je het  dan uitspuugt.
Als u dit leest ligt er misschien een lading sneeuw, of het is spekglad, de ijsbaan is open en het is winter. Maar nu is het nog steeds herfstig

. Vanmorgen heb ik lekker een rondje gelopen langs de Stammerdijk, doorgestoken naar de dijk en langs het water van het Amsterdam-Rijnkanaal terug. Zoals gewoonlijk stonden er langs de Stammerdijk weer drie droevige paarden te kijken. Ieder op een bestraat stukje, met een afscheiding zodat ze niet echt kunnen lopen en ook niet bij elkaar kunnen komen.  Zielig! Je vraagt je af waarom ze niet bij elkaar mogen en waarom niet in de wei?  Daar snap ik nou niks van. Ze zien er vooral ongelukkig uit. Of dicht ik ze dan ook menselijke gevoelens toe?

De tuinkalender meldde dat het belangrijk is om voor biodiversiteit te zorgen in onze tuinen. Dat wil zeggen dat het goed is om allemaal verschillende planten te hebben. Al was het alleen maar omdat elke plant en boom eigen dieren aantrekt. De ene struik trekt vlinders aan, de ander hommels en bijen. Sommige struiken bieden goede nestmogelijkheden en ook een vogelbadje en vijvertje trekken vogels aan.  Als je op internet kijkt zijn er allerlei sites die aangeven welke planten vlinders aantrekken, of vogels, of bijen. Voor egels (die o.a. slakken eten) moet je een hoekje maken met takken en bladeren. Ja, en paarden, schapen en koeien hebben gras nodig. 


Maar een tuin is geen natuur natuurlijk: het is nagemaakte natuur want als jij zelf bepaalt wat voor planten je in je tuin zet laat je de natuur niet op z'n beloop. En gelukkig maar, want een tuin vol zevenblad en brandnetels mag dat misschien wel goed voor dieren zijn, het is niet goed voor de tuinierende mens, die wordt er erg onrustig van. En anders z'n buren wel.
Ik wens u veel februarizon en mooie vogelgeluiden

Uw Leentjebuur


Deze column geeft niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Dorpsraad weer

Stichting Dorpsraad Driemond

De Stichting Dorpsraad Driemond komt al meer dan 40 jaar op voor de belangen van de Driemonders.
Meer weten? Ga dan snel naar de pagina's van de Dorpsraad!